De uitdagingen van PCD in de transactionele benadering van buitenlandse zaken en wederzijds voordelige partnerschappen van ontwikkelingssamenwerking

© frank_peters / shutterstock

De Adviesraad voor Beleidscoherentie ten gunste van Ontwikkeling (ABCO) heeft op 16 december 2025 dit advies goedgekeurd, waarin de implicaties worden geanalyseerd van de meer transactionele benadering die de Belgische regering wil hanteren in haar buitenlands beleid en internationale samenwerking. Hoewel de Raad erkent dat deze benadering de strategische coherentie tussen ontwikkeling, diplomatie en defensie kan versterken en kan bijdragen aan globale publieke goederen en aan de Agenda 2030, benadrukt hij dat zij aanzienlijke risico’s inhoudt voor de beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling (PCD).

Het advies waarschuwt voor een toenemende ondergeschiktheid van de officiële ontwikkelingssamenwerking (ODA) aan Belgische belangen, of die nu economisch, veiligheidsgerelateerd of migratiegerelateerd zijn. Een dergelijke evolutie zou de beginselen van doeltreffende hulp in het gedrang kunnen brengen — met name eigen verantwoordelijkheid en afstemming op de duurzame ontwikkelingsstrategieën van de partnerlanden en het beginsel van ontkoppeling van hulp — waaraan de Belgische Ontwikkelingssamenwerking historisch gehecht is en waartoe zij juridisch verplicht is. De integratie van migratie als centrale doelstelling van de ontwikkelingssamenwerking wordt eveneens als problematisch beschouwd, aangezien dit het risico inhoudt dat de ODA wordt gericht op landen of sectoren die een verband vertonen met migratiedynamieken richting België, ten nadele van die waar de noden het grootst zijn.

Tegen deze achtergrond formuleert de ABCO verschillende kernaanbevelingen: het strikt waarborgen van de naleving van de internationale beginselen van doeltreffende hulp; het behoud van de ontkoppeling van ODA; het inschrijven van de geïntegreerde benadering (3D) binnen het bredere kader van PCD; het vermijden dat ontwikkelingssamenwerking wordt gebruikt voor migratiedoeleinden of voor kortetermijnbelangen van donorlanden; en het heroriënteren van de internationale samenwerking op de bijdrage aan globale publieke goederen. De Raad besluit dat de relevantie en geloofwaardigheid van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking op lange termijn berusten op haar vermogen om een tastbare impact te realiseren voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen en voor globale duurzame ontwikkeling, een noodzakelijke voorwaarde voor het nastreven van werkelijk wederzijdse belangen.