Uitdagingen van beleidscoherentie voor ontwikkeling in de Belgische uitvoering van de European Critical Raw Materials Act

n mineur artisanal transporte du minerai brut à Tilwizembe, à l'extérieur de Kolwezi, montrant des travaux miniers à petite échelle.
n mineur artisanal transporte du minerai brut à Tilwizembe, à l’extérieur de Kolwezi, montrant des travaux miniers à petite échelle.

Dit advies analyseert de Critical Raw Materials Act (CRMA, Verordening (EU) 2024/1252) vanuit het perspectief van beleidscoherentie voor ontwikkeling (PCD) en beleidscoherentie voor duurzame
ontwikkeling (PSCD), zoals vastgelegd in artikel 208 VWEU en de Belgische wet van 19 maart 2013. De CRMA beoogt de bevoorradingszekerheid en strategische autonomie van de EU te versterken; het is evenwel grotendeels afhankelijk van grondstoffen uit derde landen, waar ontginning vaak gepaard gaat met aanzienlijke milieu-, mensenrechten-en governance-risico’s en beperkte lokale
waardecreatie. Die toenemende geopolitieke en industriële focus op kritieke grondstoffen creëert het risico dat partnerschappen primair worden vormgegeven vanuit Europese bevoorradingsbelangen, eerder dan vanuit duurzame ontwikkelingsdoelstellingen.

Tegen deze achtergrond benadrukt de Adviesraad dat de Belgische uitvoering van de CRMA moet
bijdragen aan een coherenter en evenwichtiger grondstoffenbeleid. Meer specifiek moedigt hij België aan om:

  1. Vraagreductie en circulariteit structureel te verankeren, via bindende doelstellingen voor het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen en sectorale plannen die inzetten op preventie, hergebruik en levensduurverlenging.
  2. Transparantie en inclusieve governance te versterken, door systematische publieke toegang tot informatie te garanderen, parlementaire opvolging te voorzien en betekenisvolle participatie van lokale gemeenschappen, vakbonden en maatschappelijke actoren in partnerlanden te waarborgen;
  3. De naleving van normen op het gebied van milieu, arbeidsrechten en mensenrechten waarborgen, met name door civiele ruimte en lokale actoren te ondersteunen, via structurele financiering en beschermingsmechanismen.
  4. Bindende due diligence-verplichtingen te waarborgen en te versterken, onder meer via een ambitieuze nationale omzetting van de CSDDD; certificeringsschema’s mogen enkel een aanvullende rol spelen en mogen robuuste due diligence niet vervangen;
  5. Een conflict-sensitieve benadering te integreren, door systematische risicoanalyses te verankeren in strategische projecten en partnerschappen, in het bijzonder in conflictgevoelige regio’s;
  6. Strategische partnerschappen te richten op duurzame ontwikkeling, door concrete en afdwingbare afspraken te maken over lokale waardecreatie, economische diversificatie, waardig werk en respect voor de beleidsruimte van partnerlanden, en door te vermijden dat Europees handels- en investeringsbeleid deze doelstellingen ondermijnt.